-> U bent hier:   Licht'46  - -  Proef jaren ‘20  - -  Wijchen 1929

VOOROORLOGS LICHTSEINSTELSEL

©2002 Gerard van de Weerd




Beveiliging Wijchen 1929


Vlak na de fusie van de HSM (Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij) met de SS (Staatspporwegen) begon men te experimenteren met lichtseinen. De ontwikkeling en de levensduur van elektrische gloeilampen bood nieuwe mogelijkheden voor de beveiliging. Zeker in combinatie met lenzenstelsels konden lichtseinen op veel grotere afstand worden waargenomen dan de lichtjes in de armseinen die met zwak petroleumlicht hun werk verrichtten.



Lichtvoorsein Wijchen

In 1923 ging men bij de Nederlandsche Spoorwegen de eerste lichtseinen voor blokbeveiliging in gebruik nemen. Deze seinen werden geplaatst bij Blerick, Leiden en Goor, zij toonden zowel overdag als 's nachts de seinbeelden van de overeenkomstige armseinen. Deze lichtseinen waren voorzien van kleurenwisselaars, met andere woorden, in elk seinlicht was één gloeilamp aanwezig met een beweegbare bril, met gekleurde glaasjes ervoor. De bril werd bewogen door een elektromagneet.
Maar in de praktijk voldeed deze constuctie niet zo erg. In 1929 plaatste men bij Wijchen aan elke zijde lichtseinen. Zij werden uitgevoerd met voor elke kleur een aparte lamp.
Het voorsein te Wijchen (zijde Nijmegen) was zelfs voorzien van 5 lampen. Omdat men steeds twee lampen tegelijkertijd wilde laten branden en ook de afstand tussen twee lampen steeds gelijk wilde houden (75 cm) waren er 5 lampen nodig.

Voor 1934 was de volgorde: groen groen wit groen wit.

onveilig = rood
waarschuwing = groen
veilig = wit

Na 1934 werd dit: geel geel groen geel groen.

onveilig = rood
waarschuwing = geel
veilig = groen


Bij de hoofdseinen waren de lampen voor de doorgaande hoofdsporen hoger gemonteerd dan voor het aftakkende spoor.
In 1957 vervielen deze lichtseinen en namen armseinen weer hun plaats in. Vandaag de dag maakt lichtstelsel '55 de dienst uit.


voorsein

hoofdsein


voorsein

hoofdsein