VOORSEINPAAL


©2005 Gerard van de Weerd




De spoorwegwet schrijft voor dat hoofdseinpalen (uitzonderingen voorbehouden) moeten worden voorafgegaan door voorseinen, die de stand van de hoofdseinen aanduiden. Deze voorseinen zijn op minstens 450 meter vóór de hoofdseinen geplaatst. Een voorseinpaal dient om de machinist op remwegafstand aan te geven of hij de volgende hoofdseinpaal voorbij mag rijden en eventueel met welke snelheid. Met andere woorden om aan te geven welk sein de machinist kan verwachten aan de eerstvolgende hoofdseinpaal zodat hij de snelheid van de trein hieraan kan aanpassen. Een voorseinpaal bestaat uit een paal met één of twee naar rechts uitstekende draaibare armen en 's nachts uit één of twee lichten.

Een voorsein met één arm kan twee standen uitbeelden: langzaam en veilig hoofdsein te verwachten .

Klik op het plaatje voor vergroting
Langzaam




De arm van een voorseinpaal bestaat uit een langwerpig blad, deze is aan het vrije uiteinde recht afgesneden. De arm(en) van een voorseinpaal kan bevestigd zijn onder onder de arm van een hoofdseinpaal. Een voorsein kan twee of drie verschillende seinen tonen, al naar gelang deze één of twee armen heeft.

In de stand 'Langzaam rijden' staat de seinarm onder een hoek van 45° omlaag en betekent snelheid verminderen tot 40 km/h.
Bij de veilige stand staat de seinarm onder een hoek van 45° omhoog, dan geldt voorbijrijden toegestaan. 's Nachts wordt een geel respectievelijk een groen licht getoond.

[Klik voor vergroting]
voorsein handel   

voorsein bij Delden zijde Goor, 19 juli 1985





Een voorsein met twee armen kan drie standen weergeven: veiligwaarschuwing en langzaam .

Langzaam
vertakkings-
voorsein
seinhandel
links
seinhandel
rechts

[Klik voor vergroting]

vertakkingsvoor-
sein bij Onnen,
augustus 1978

Achter zo'n seinpaal vinden we altijd een enkelvoudige vertakkingseinpaal of een meervoudig seinbeeld, zoals een bordes met twee of meer hoofdseinpalen, mits ten minste één van deze hoofdseinpalen een snelheidsbeperking tot maximaal 45 km/h aangeeft.
Bij het sein 'Veilig' staat de ene arm onder een hoek van 45° schuin omhoog gericht en de andere arm wijst loodrecht naar boven, 's nachts worden twee groene lichten naast elkaar op gelijke hoogte getoond. Deze stand geeft aan dat bij het eerstvolgende hoofdsein 'Veilig' is te verwachten en dat de machinist op het doorgaande hoofdspoor met volle snelheid mag binnenkomen of doorrijden.
Bij het sein 'Langzaam rijden' staat de ene arm onder een hoek van 45° schuin naar beneden gericht en de andere arm wijst loodrecht omhoog. 's Nachts worden twee gele lichten naast elkaar op gelijke hoogte getoond. Deze stand geeft aan dat bij het bijbehorende hoofdsein 'Onveilig' is te verwachten en dat de machinist zijn snelheid dusdanig moet regelen dat hij de trein tijdig voor deze hoofdseinpaal tot stilstand komt.


Bij het sein 'Waarschuwing' staat één arm onder een hoek van 45° naar boven en de andere arm 45° schuin naar beneden gericht. 's Nachts toont de paal een groen licht rechts en een geel licht links naast elkaar op gelijke hoogte. Deze stand geeft dus weer, dat de desbetreffende hoofdseinpaal het sein 'Veilig' toont, maar dat de machinst de snelheid van de trein moet verminderen tot ten hoogste 45 km/h bij het binnenkomen.
Bij Waarschuwing brandt het groene licht altijd rechts en het gele licht altijd links, ongeacht de plaatsing van de desbetreffende hoofdseinpalen op een bordes. De lage seinpalen kunnen dus op een bordes zowel rechts als links van de hoge seinpalen worden opgesteld; de stand van de lichten die bij het sein 'Waarschuwing' behouden altijd dezelfde onderlinge positie.

Als een twee-armige voorseinpaal (vertakkingsvoorseinpaal) voorafgaat aan een vertakkingshoofdsein op een bordes, waar alleen maar laaggeplaatste hoofdseinpalen op voorkomen (met andere woorden voor alle richtingen geldt een snelheidsbeperking van 45 km/h) dan geeft het voorsein slechts twee standen weer, namelijk 'Waarschuwing' en 'Langzaam rijden'.
Tussen hoofdseinen en voorseinen moet een zodanig verband bestaan, dat tegenstrijdige seinbeelden niet mogen voorkomen. Bij het op veilig stellen worden de seinen van voorseinpaal en hoofdseinpaal of gelijktijdig bediend of wordt de hoofdseinpaal eerst bediend en daarna de voorseinpaal; bij het op onveilig terugzetten is de bedieningsvolgorde omgekeerd.


Kleuren

De kleur van de voorseinarm is in principe hetzelfde als die van de bijbehorende hoofdseinarm. Vanwege beter opvallen in de omgeving kan het voorkomen dat de hoofdseinarmen half rood half wit geschilderd zijn. In dat geval is de voorseinarm ook half rood half wit geschilderd.

De achterzijde van het vertakkingsvoorsein. Het gedeelte bij de seinpaal is zwart, de seinarmen zelf zijn wit en voorzien van zwarte banden, welke onder een hoek van 45° lopen.


Hieronder volgen nog enige foto's van het grootbedrijf.

Alle foto's copyright Gerard van de Weerd © 2005



[Klik voor vergroting]
[Klik voor vergroting]
[Klik voor vergroting]
[Klik voor vergroting]

Dit voorsein wordt mechanisch bediend. Voor de seinverlichting maakt men gebruik van een ophijsbare gasfles.

Voorsein vanuit de richting Haren.
Het andere sein beveiligt het spoor vanuit Zuidbroek.

Dit voorsein heeft een snelheidsverminderingsbord.

Een aantal voorseinen, vanwege drie sporen geplaatst op een seinbrug bij Groningen.

Winterswijk, augustus 1981

Groningen, augustus 1979

Wijlre, augustus 1981

Groningen, augustus 1978


[Klik voor vergroting]
[Klik voor vergroting]
[Klik voor vergroting]
[Klik voor vergroting]

Achterzijde van een vertakkingsvoorsein tussen Bodegraven en Leiden-Lammenschans.

Mechanisch bediend vertakkingsvoorsein in de stand 'onveilig'. Daarachter zien we de hoofdseinen.

Vertakkingsvoorsein in de stand 'veilig'. Op de achtergrond zien we dat ook het hoofdsein hoog-veilig geeft.

Elektrisch bediend vertakkingsvoorsein, hier in de stand 'waarschuwing'.

Leiden, september 1978

Ruurlo, augustus 1978

Scheemda, 12 aug.1980

Venlo, augustus 1981