-> U bent hier:   Armsein  - -  Voor- en Hoofdsein  - -  hoofdsein type ‘37

HOOFDSEINPAAL

uitvoering 1937


©2005 Gerard van de Weerd


 
hoofdsein handel

Een hoofdsein kan twee standen weergeven:
de draaibare arm met een cirkelvormig verbreed uiteinde staat horizontaal en de betekenis is dan 'stop'.
Staat de arm onder een hoek van 45° schuin omhoog, dan betekent dit 'voorbijrijden toegestaan'.
Bij duisternis wordt de stand van het sein met behulp van verlichting aangetoond, er brandt dan een rood
respectievelijk een groen licht.

[Klik voor vergroting]

De achterzijde van de hoofdseinarm. Het gedeelte bij de seinpaal is zwart, de arm zelf is wit en voorzien van twee zwarte banden onder een hoek van 45°.

Een blokseinpaal gesitueerd in een lommerrijke omgeving. Met behulp van trekdraden worden de seinen omgelegd. Delden zijde Hengelo 19 juli 1985



Bij de hoofdseinpalen onderscheidt men, wat de vorm betreft, vier soorten.

De enkelvoudige, of op zichzelf staande hoofdseinpaal heeft een draaibare arm die aan het uiteinde cirkelvormig is.
De tweede variant van de hoofdseinpaal kan samen met andere seinarmen een meervoudig seinbeeld vormen en heeft een draaibare arm met een zwaluwstaartvormig verbreed uiteinde.
De derde soort hoofdseinpaal komt alleen voor op baanvakken met automatisch blokstelsel. Deze hoofdseinpalen hebben een arm welke naar het uiteinde verbreed uitloopt en rond is afgesneden.
De vierde soort werd omstreeks 1940 geïntroduceerd en wordt de enkelvoudige vertakkingsseinpaal genoemd. Dit betreft een variant van reeds genoemde seinarmen. Het was bedoeld als vereenvoudiging voor de stationsbeveiliging bij de wat kleinere stations. Het bestaat uit een enkelvoudige seinpaal, voorzien van twee draaibare seinarmen. De bovenste arm is een voorzien van een zwaluwstaartvormig verbreed uiteinde, de onderste een voorseinarm. Samen vormen zij het vertakkingsseinbeeld.

Soorten

Als hoofdseinpalen worden beschouwd:

    ●   inrijseinpalen

    ●   uitrijseinpalen

    ●   spoorseinpalen

    ●   afstandsseinpalen

    ●   richtingsseinpalen

    ●   herhalingsseinpalen

    ●   blokseinpalen

Inrijseinpalen

Seinen die toegang geven tot een station noemt men inrijseinen. Inrijseinen geven meestal aan met welke snelheid een trein het station mag binnenkomen en in welke richting hij geleid wordt. Bij deze seinen is de seinarm aan het uiteinde zwaluwstaartvormig verbreed. Bij stations met vele sporen zien we deze seinen dan ook op een bordes of op een seinbrug. Bij kleine stations maakt men gebruik van een zogenaamd enkelvoudig vertakkingssein. Als een trein over een doorgaand hoofdspoor wordt geleid, dan zijn de armen van dit sein hoger geplaatst dan die van de andere sporen.

[Klik voor vergroting]

Inrijseinen, welke een splitsing van de sporen aangeven.
Op de achtergrond zien we vaag de armseinen in het station zelf.
Ruurlo, september 1978

Uitrijseinpalen

Uitrijseinen geven aan dat de trein het station mag verlaten, zij geven dus toegang tot het baanvak. Bij kleinere stations is het uitrijsein tevens bloksein. Als op een station over de doorgaande hoofdsporen met een grotere snelheid dan 45 km/h mag worden doorgereden, dan is de uitrijseinpaal voor deze sporen hoger geplaatst dan voor die sporen waarvoor bij het uitrijden de snelheid lager moet zijn. Immers, aftakkende wissels mogen niet met volle snelheid genomen worden. Ook wordt in zo'n situatie het uitrijsein meestal voorafgegaan door een voorseinpaal.

[Klik voor vergroting]

Elk spoor waar treinen volgens dienstregeling stoppen, heeft zijn uitrijsein
Winschoten, 12 augustus 1980



Spoorseinpalen

Zoals de naam al aangeeft, het is het sein dat alleen voor het desbetreffende spoor geldig is. Seinpalen staan in principe aan de rechterkant van het spoor, waarvoor zij gelden. In afwijkende gevallen wordt het juiste spoor met pijlen aangeduidt.

[Klik voor vergroting]

Normaal staan seinen rechts van het spoor waarvoor zij gelden. Als het niet duidelijk overkomt, plaatst men
aanwijspijlen welke naar de betreffende spoor gericht zijn. Deze bordesseinen fungeren hier als uitijseinen.
Groningen, augustus 1978


Afstandsseinpalen

Afstandsseinpalen worden gebruikt voor de beveiliging van stations, van wisselverbindingen, kruisingen van spoorwegen, beweegbare bruggen, enzovoort. Wanneer dit sein op 'veilig' staat, dan is het traject tot op het punt waar hij bij een station moet stoppen geheel beveiligd. Alle wissels staan hierbij in de juiste stand, kruisingen zijn zodanig beveiligd, dat het niet mogelijk is de afstandsseinen van de kruisende sporen op veilig te stellen, dat beweegbare bruggen niet meer te openen zijn, enzovoort. Afstandsseinen worden voorafgegaan door voorseinpalen en baken. Het afstandssein staat in principe op 100 m vóór het gevaarpunt als het wordt voorafgegaan door een voorseinpaal. Is geen voorseinpaal aanwezig, dan bedraagt deze afstand 300 m of meer.

[Klik voor vergroting]

Dit inrijsein beveiligt het station. Het is ook voorzien van een voorsein,
welke de machinist informatie biedt over de stand van het volgende uirijsein.
Goor zijde Delden 19 juli 1985


Richtingsseinpalen

Richtingsseinpalen geven de richting aan waar een trein over de wisselstraten heen geleid wordt.

[Klik voor vergroting]

Herhalingsseinpalen

Het is bij grote stations soms nodig dat de aan een seinpaal gegeven sein door een volgende moet worden herhaald.
Een dergelijke seinpaal wordt dan herhalingsseinpaal genoemd.

Richtingsseinen en herhalingsseinen gecombineerd aan één en dezelfde seinpaal.
Bij langgerekte stationssporen geven zij de machinist extra informatie.
Nijmegen, juli 1978



Blokseinpalen

Deze worden opgesteld op die gedeelten van de spoorweg, waar het zogenaamde blokstelsel van toepassing is. Bij dit stelsel is een deel van de spoorweg onderverdeeld in blokken. In elk blok mag zich hooguit één trein bevinden. De blokseinpaal wordt geplaatst aan het begin van het blok. Het veilig stellen van het bloksein van ondermeer afhankelijk van twee opeenvolgende blokposten. Zo verkreeg men zekerheid dat een trein het blok verlaten had. Naderhand maakte men gebruik van elektrische schakelingen welke het bezet zijn van een blok konden detecteren. Dit was ook een voorwaarde om het sein al of niet op veilig te stellen. Dan is er sprake van een automatisch bloksysteem.

[Klik voor vergroting]

Deze wachtpost vermeldt de machinist dat het blok helemaal vrij is. De overweg hoeft nog niet dicht.
Wachtpost 30 bij Goor, 30 augustus 1986