-> U bent hier:   Rangeersein  - -  seinen waterkraan

SEINEN op WATERKRANEN


©1998 Gerard van de Weerd




In de voorschriften was bepaald, dat de stand van de wateruitlooppijp van waterkranen naast hoofdsporen 's nachts verlicht dienden te zijn.

In werkelijkheid kwam het erop neer, dat men alle waterkranen van een nachtsein had voorzien.
Overdag hoefde er geen sein getoond te worden, de machinist en de begeleiders van rangeerdelen konden heus wel zien in welke stand de uitlooppijp van een waterkraan staat. 's Nachts was het niet zo makkelijk waar te nemen of de uitlooppijp dwars op het spoor stond. Vandaar dat de waterkranen van een trapeziumvormige lantaren midden op de waterkraan waren voorzien welke half rood half wit licht uitstraalde. De rode kant was daarbij gericht naar het spoor.

In mindere mate kwam het voor dat de lantaren zich op de uitlooppijp zelf bevond. In dat geval toonde de lantaren een rood licht, wanneer de pijp dwars op het spoor stond. Bij een stand evenwijdig aan het spoor brandde 's nachts een melkwit licht. De uitvoering met gemonteerde lantarens op uitlooppijpen was kwetsbaarder dan lantarens die op het centrale deel van de waterkolom gemonteerd waren. Vandaar dat deze laatste uitvoering niet zoveel werd toegepast.



[Klik voor vergroting]

Een hele fraaie waterkraan.
Spoorwegmuseum Utrecht 1987.