-> U bent hier:   Rangeersein  - -  wisselseinen

WISSELSEINEN

©2005 Gerard van de Weerd


(Klik op de wisselstoel!)
[Klik voor vergroting]

Een handbediende wisselomzetstoel.
Het contragewicht is geheel wit, het wissel heeft geen vaste stand.
Utrecht, 1987.

Wissels bieden de mogelijkheid om een trein van spoor te laten veranderen.
Alle wissels zijn daarom voorzien van een inrichting om de wisseltongen om te leggen. Bij handbediening is een wisselomzetstoel nodig, bij centrale bediening geschiedt dit met handels vanuit een seinhuis of door middel van elektrische aandrijving. De ter plekke aanwezige handbediende omzetstoelen zijn voorzien van een betonnen contragewicht, waar vaak het wisselnumer opgeschilderd is, in het voorbeeld hier nummer 112. Meestal is het contragewicht zwart/wit geschilderd. Als het zwarte deel zich aan de onderzijde bevindt, dan ligt het wissel in een normale (voor treinbewegingen veilige) positie.


Met de fusie van de HSM en de SS tot de NV Nederlandsche Spoorwegen werd een uniform seinreglement geïntroduceerd, waarbij de meeste seinen volgens HSM-principe ingevoerd werden. De wisselseinen werden volkomen anders, namelijk een witte V op een zwart vlak. In de lantaren bevond zich de lamp, welke door de draaiende en stotende beweging van de wisseltongomlegging vaak haperingen vertoonde.
Een wissellantaren wordt gebruikt om de stand van een wissel aan te geven. Wissellantarens werden bij de NS spaarzaam gebruikt, alleen bij diè wissels, waarvoor het voor de dienstuitvoering nodig was, werden deze lantarens aangebracht. Dat betekent in de praktijk bij de uiterste wissels van een station, als de wisselstand niet met vertakkingsseinen was aangegeven en verder bij belangrijkste wissels van wisselstraten op stations en rangeerterreinen. Daartoe is de lantaren aan de wisseltongen gekoppeld en geeft op deze wijze de stand van het wissel, recht of afbuigend, naar links of naar rechts aan. Dus in tegenstelling tot buitenlandse maatschappijen, alleen de belangrijkste werden van zo'n standaanwijzer voorzien. Bij kleinere stations werden zij vaak bij de uiterste wissels opgesteld, zodat zij voor de machinist al op enige afstand zichtbaar waren.
De wissellantaren bestaat uit een witte < of > op een zwart veld.
(In de twintiger jaren bestond ook nog de uitvoering met een naar omhoog ^ wijzende pijl). De spits van de pijl wijst de richting aan waarheen het spoor leidt, met andere woorden, de wisselseinlantaren geeft de stand van de tongen aan.
Het is een tweezijdig sein, dat 's nachts verlicht wordt.

Linksleidend wissel
voor rijrichting tegen de punt)



Rechtsleidend wissel
(voor rijrichting tegen de punt)



uitvoering voor 1940 uitvoering na 1940

Aan de voorzijde van het wisselsein was de grote V-vormige uitsparing, aan de achterzijde was een pijl aangebracht. Na verloop van tijd maakte men de voor- en achterzijde identiek.
Oorspronkelijk werd, wanneer het wissel leidde naar een beveiligingsspoor (kort doodlopend spoor) de lantaren in rood getoond (vervallen eind jaren '30).



Vanwege problemen met de nachtverlichting ontwierp men in de jaren '30 een nieuwe variant, het lantarenhuis was vast en schotten bewogen met de wisseltongen op en neer waarbij een linkse of een rechtse V zichtbaar werd. Voordeel van deze constuctie is een betrouwbaarder werking door minder ruitbreuk. Maar de constructie is wel aan meer slijtage onderhevig. Als de trekstang beweegt, worden via twee balansen de schermen op en neer bewogen.



1
[Klik voor vergroting]
2
[Klik voor vergroting]
3
[Klik voor vergroting]
4
[Klik voor vergroting]
1.

Wisselsein voorzien van elektrische verlichting.
Maastricht, 7 augustus 1985

2.

Wisselstandaanwijzer met aankondiging einde van de bovenleiding. Het sein bestaat uit een metalen kast zonder verlichting.
Watergraafsmeer 14 september 1980.

3.

Metalen kast voor de opgeschilderde pijlen voor wisselstandaanwijzing.
Sliedrecht, maart 1981.

4.

Electrische wisselbediening met standaanwijzing.
Venlo, augustus 1981.



5
[Klik voor vergroting]
6
[Klik voor vergroting]
7
[Klik voor vergroting]
8
[Klik voor vergroting]
5.

Helemaal links een wisselstandaanwijzer met schotten voor een engels wissel. Het kruiswissel is handbediend en ligt in de normale stand (zwarte vlak contragewicht aan onderkant). Het omleggen kan vergrendeld worden.
Maastricht, augustus 1980.

6.

Wisselstandaanwijzer met rangeersein en armsein.
Winschoten, 12 augustus 1980.

7.

Dezelfde locatie, nu 4 jaar later. De klassieke beveiliging loopt ten eind, onderhoud wordt minimaal uitgevoerd.
Winschoten, augustus 1984.

8.

Een wisselstandaanwijzer met beweegbare schotten om de stand van wissel 28 aan te geven. Het wissel wordt met trekdraden bediend.
Nieuwenschans, 12 augustus 1980.





Hoog wisselsein SS

 
Meestal zijn wisselseinen uitgevoerd als een lage constructie. De enige maatschappij, die daar vroeger regelmatig vanaf week waren de Staatsspoorwegen. Zij introduceerden de zogenaamde hoogwisselseinen. Deze wisselseinen werden toegepast op kleine stations bij de uiterste wissels. Al vanaf enige afstand kon de machinist aan dit wisselsein zien of de rechtdoorgaande, dan wel de afbuigende stand was ingesteld en dienovereenkomstig zijn snelheid aanpassen. Immers, wissels in een afbuigende stand mochten niet sneller dan met lage snelheid bereden worden. Door dit hoge wisselsein was geen dure vertakkingsseinconstructie nodig. Een enkelvoudig afstandssein in combinatie met dit hoge wisselsein gaf voldoende informatie! Bij recht doorgaand spoor zag de machinist een rechthoekig wit bord ('s nachts wit licht) en bij afbuigend spoor een rond geel bord ('s nachts blauw licht). De lantaarn was vast, de bril beweegbaar uitgevoerd.
Desondanks hebben deze seinen het zeer lang uitgehouden, pas begin jaren '70 zijn de laatste exemplaren vervangen! (Dalfsen, Heino, Vroomshoop)
[Klik voor vergroting]

Hoogwisselsein in het Spoorwegmuseum, juni 1980.





Wisselstandaanwijzers

wisselstandaanwijzing bij sporen zonder doorgaande bovenleiding
wisselstandaanwijzing bij kopspoortjes
(vervallen jaren '40