NEDERLANDSE STAATSSPOORRIJTUIGEN IN MODEL
houten personenrijtuigen voor de binnenlandse dienst
|
Last edited August 30, 1998 |
door Gerard van de Weerd |
|
Sinds 1956 worden spoorwegreizigers in Nederland uitsluitend nog met stalen rijtuigen vervoerd. Rond de
eeuwwisseling gebeurde dit nog allemaal met houten rijtuigen, het was toen een novum dat men in grote vierassige rijtuigen kon
plaatsnemen in plaats van de kleinere twee- en drieassers. De toenmalige directie van de Maatschappij tot Exploitatie van
Staatsspoorwegen bestelde tussen 1900 en 1920 een grote serie eerste, tweede en derdeklas vierassige rijtuigen, aangevuld met
enige postrijtuigen. Een deel van deze bestelling was uitgevoerd met rijtuigen die een hooggelegen handreminrichting hadden. Niet
omdat dit voor Nederland nodig was, want sinds 1891 was de doorgaande Westinghouse rem hier voor personenvervoer verplicht
gesteld, maar dit was veelmeer een gevolg van in het buitenland bestaande voorschriften, welke een aantal handremmen vereisten.
Onder houten rijtuigen verstaat men rijtuigen met een houten bakconstructie, waarvan de binnenkant afgewerkt is met hout en de
buitenkant voorzien van houten of stalen paneelplaten. Het onderstel bestaat wel volledig uit metaal. Een dergelijke houten
bovenbouw kan geen stijf geheel vormen, daarom is de onderkant voorzien van een spanwerk. Na 1922 werden geen houten rijtuigen
meer gebouwd, pas in 1928 kwamen de eerste geheel stalen rijtuigen (de C12c-serie 6401-6485) voor binnenlands verkeer
in dienst. |
Beschrijvingen