-> U bent hier:   Stroomlijn  - -  elektrisch  - -  mat ’40-2

Het elektrische stroomlijnmaterieel

materieel '40 - 2


Last edited May 6, 2004
door Gerard van de Weerd


Tweerijtuigstellen mat'40 serie 300

Tot 1939 was het gebruikelijk om voor iedere elektrificatie-etappe een aparte materieelsoort te bestellen, zoals mat.'35 voor de Hoekse Lijn en mat.'36 voor het Middennet. Voor de Gooi-elektrificatie werden ondermeer 15 versterkings-tweewagentreinen serie 301 besteld. Sinds de invoering van het elektrische stroomlijnmaterieel '35 en '36 waren de reistijden behoorlijk verbeterd.
De maximumsnelheid van het Blokkendozenmaterieel bedroeg 110 km/h, terwijl het gestroomlijnde materieel een dienstsnelheid aanhield van 125 km/h. Reden genoeg om deze ingeslagen weg van een vervolg te voorzien. Steeds meer passagiers vonden de weg naar deze snelle treinen. Er ontstond behoefte aan nog meer zitplaatscapaciteit. De mat.'36 treinstellen werden voorzien van extra tussenbakken, wat nog niet voldoende was. In december 1939 werd daarom opdracht gegeven tot het bouwen van 40 elektrische treinstellen, namelijk 15 tweewagen- en 25 vijfwagentreinen. Speciaal ten behoeve van de Gooilijnen waren deze stellen voorzien van een grote bagageruimte voor het rijwielvervoer. Ook werden ze uitgerust met zwaardere elektromotoren dan bij mat.'36.

BCk
bakcode:
317.001 t/m 317.015
baklengte: 24840 mm
CDk
bakcode:
316.001 t/m 316.015
baklengte: 24840 mm

Laat de trein rijden !


serie ElD2    301 - 315
ontwerpsnelheid 140 km/h dienstsnelheid 125 km/h
lengte: 49,68 m gewicht: 101 ton
vermogen 4 x 198½ = 794 kW 7,9 kW/ton
zitplaatsen 2e klas: 48 zitplaatsen 3e klas: 80



Ofschoon de eerste stellen pas in 1942 in dienst waren gekomen, spreken we toch van mat.'40, omdat in dit jaar de bestelling daarvoor gegeven werd. Deze serie kreeg andere draaistellen dan het voorgaande materiaal. Bij de vijfwagenstellen monteerde men magneetremmen, de tweewagenstellen bleven hiervan verstoken. De tractie installatie van de tweewagenstellen was een variant van de vroeger toegepaste bij mat. '36. Deze installatie van Smit gaf echter aanleiding tot veel storingen. Vandaar dat de inzet van de tweewagenstellen in het begin beperkt bleef tot het gebied van de onderhoudswerkplaats Leidschendam. Zij hadden hetzelfde koppelmechanisme als de voorgaande series en konden daardoor onderling aan elkaar gekoppeld worden.


Rijtuigindeling

Werkspoor was de bouwer van de tweewagenstellen en werden ingedeeld in de nummerserie ElD2 301-315. De machinistenhuizen hadden grotere ramen dan hun voorgangers mat. '36. Dit was ondermeer gedaan ten behoeve van de reizigers in het tweede klas koprijtuig om door een glazen wand met de machinist mee te kunnen kijken. Vanwege de inmiddels uitgebroken oorlog konden niet alle stellen compleet afgeleverd worden, er was een groot tekort aan grondstoffen, met name aan koper en messing. Stel 315 werd daarom pas in 1946 opgeleverd.
Elk tweewagenstel was opgebouwd uit een CDk en een BCk bak. De beide buitenste draaistellen werden aangedreven, de binnenste waren loopdraaistellen.

CDk

Deze bak bevatte een heel erg grote bagageafdeling, speciaal bedoeld voor fietsenvervoer voor de Gooilijn. Deze ruimte was voorzien van vier rolluiken. Een toilet, een dienstruimte voor de conducteur en een 3e klasse afdeling voor 48 personen maakten deze bak compleet. Op de achterste rolluiken prijkte in de beginperiode met witte tekst het woord "NEDERLAND".

BCk

Hier waren de toiletten gesitueerd. Bij de voorgaande series bevonden de watertanks voor het spoelwater zich in of op het dak, bij mat.'40 waren ze in het bodemframe geplaatst. Met een pomp werd het water opgevoerd. Verder een 3e klasse afdeling met 32 zitplaatsen.
De tweede klasse afdeling was verdeeld in drie compartimenten, tweemaal roken en eenmaal niet roken. Bij de niet-roken afdeling stonden alle stoelen in dezelfde richting naar de voorzijde toe. De reizigers konden daardoor over de schouder van de machinist heen meekijken naar buiten. De pantograaf op deze ABk-bak werd meestal als hoofdpantograaf gebruikt, die op de CDk-bak als reserve.



Nummering

Treinstel Bakcode Nummer
van oorlogs schade

in
dienst
CDk BCk       CDk BCk Bijzonderheden hersteld in nummer
in 1953
301 1943 316.001 317.001 301 301 CDk sloop 24-08-1948, BCk wordt 313 (310)
302 1943 316.002 317.002 302 302 In dienst begin 1946 1946 302
303 1943 316.003 317.003 303 303 In dienst mei 1953 met nieuw nr. 309 1953 309
304 1943 316.004 317.004 304 304 In dienst maart 1953 1953 304
305 1943 316.005 317.005 305 305 In dienst eind 1952 1952 305
306 1943 316.006 317.006 306 306 Afgevoerd begin 1950 als "vermist'
307 1943 316.007 317.007 307 307 Afgevoerd begin 1950 als "vermist'
308 1943 316.008 317.008 308 308 In dienst eind 1945 1945 308
309 1943 316.009 317.009 309 309 BCk sloop 24-08-1948, 1953: CDk wordt Bk 831 (324.001)
310 1943 316.010 317.010 310 310 BCk afvoer begin 1950 als "vermist", 1953: CDk wordt Bk 832 (324.002)
311 1943 316.011 317.011 311 311 In dienst eind 1946 - 1950: nieuw nr: 307 1946 307
312 1943 316.012 317.012 312 312 In dienst april 1953 met nieuw nr. 306 1953 306
313 1943 316.013 317.013 313 313 BCk vermist, CDk wordt 313 (310), in dienst juni 1953 met nieuw nr. 310 1953 310
314 1943 316.014 317.014 314 314 In dienst april 1953 met nieuw nr. 303 1953 303
315 1945 316.015 317.015 315 315 1945 nog in aanbouw - In dienst begin 1946 - 1950: nieuw nr: 301 1946 301


Oorlogslotgevallen

Gedurende de tweede wereldoorlog werden de stellen 301 tot en met 312 in dienst gesteld, waarbij alleen de 301, 302 en 310 van motoren voorzien waren. De 313 en 314 zijn hebben gedurende de oorlogsjaren geen dienst gedaan en de 315 werd vanwege materiaalschaarste pas afgeleverd in de winter van 1945 / 1946! De stellen 303 - 309, 311 en 312 werden door andere treinen motorloos mee getrokken. Zij kregen als bijnaam 'zweefvliegtuigen'. Om aan te geven dat deze stellen zichzelf niet konden voortbewegen waren de cabineramen van beide neuzen aan de binnenkant wit geschilderd.


Aanpassingen

Tot 1952 reden er maar vier tweewagenstellen materieel '40 rond, namelijk de 302, 308, 311 en 315. Eerst werden de ElD5'en van mat.'40 opgeknapt. Pas in de loop van 1952 / 1953 kwamen weer tweewagenstellen in dienst. De bagageruimte voor een tweewagenstel was wel erg groot. Vanaf 1950, als de treinen binnen kwamen voor revisie werden twee van de vier rolluiken verwijderd en in de plaats daarvan kwam een halfgroot raam. Het zou voor de hand liggen dat er tevens meer passagiersruimte gecreëerd zou worden, maar zover ging de verbouwing niet. Ook de doorkijk naar voren toe verdween. Debet hieraan was een ongeval in het begin van de jaren '50 waarbij tevens een aantal reizigers gewond raakten. In plaats van een glazen wand kwam er nu een metalen schot.
Vanaf 1956 werd vanwege de klasseopwaardering de benaming ABk gewijzigd tot Ak en CDk tot BDk.
Op 12 augustus 1957 kwam deze trein in onzachte aanraking met mat. '46 ElD-2 en geraakte daarbij rijp voor de sloop. De rest heeft het uitgehouden tot uiteindelijk 1970. In die periode heeft de 309 met uitgebroken interieur nog een tijdje als poststel dienstgedaan tussen Utrecht en Venlo als vervanger voor een motorpost. De 308 was reserve voor deze postdienst. Dit beteknde voor beide stellen enige maanden uitstel van sloop. De 303 is na zijn buitendienststelling nog een korte tijd gebruikt als Intercitytreinstel, ingeklemd tussen enige mat. '54 stellen. De 310 heeft nog onderdelen afgestaan om de mat.'40 vijfwagenstellen rijdende te kunnen houden. Maar in juni 1970 was het doek voor al deze tweetjes gevallen. Helaas is niets van deze stellen op een of andere manier bewaard gebleven voor het nageslacht. U zult het dus met dit artikel moeten doen.

BDk


ABk


serie ElD2 301 - 310
na de rolluikaanpassingen




Vernummeringen

Ook van deze serie heeft afvoer naar het buitenland plaatsgevonden. Alleen de 305, 308 en 315 zijn in ons land overgebleven. Van de 30 originele bakken zijn er uiteindelijk 24 stuks weer teruggekomen. Een deel daarvan kwam voor herstel in aanmerking, een ander deel was rijp voor de sloop. Niet teruggekeerde rijtuigbakken werden per 1948 definitief afgeschreven. De teruggekeerde en voor herstel in aanmerking gekomen rijtuigbakken werden samengesteld tot tweewagentreinen. Bij deze verdeling bleven twee CDk's over, de CDk 309 en CDk 310. Bij de vijfwagenstellen kwam men enige eerste klasse bakken tekort. Men besloot om deze twee bakken aan te passen voor inzet bij de vijfwagenstellen. Uiteindelijk had men tien complete rijvaardige stellen. Om weer tot een gesloten nummerserie te komen werd vernummering toegepast, waarbij de hoogste aanwezige nummers omgesteld werden naar de laagste vrijgekomen nummers.

nummer Opgebouwd uit Afvoer uit

oud nieuw BDk ABk reizigersdienst sloop extra taak
315 301 316.015 317.015 maart 1970 april 1970
302 302 316.002 317.002 september 1969 1969
314 303 316.014 317.014 maart 1970 juni 1970 Nog in dienst (Intercity) t/m 06-1970
304 304 316.004 317.004 april 1968 juni 1968
305 305 316.005 317.005 augustus 1957 augustus 1957 Vernield bij botsing met trst.229, Woensel 12-08-1957
312 306 316.012 317.012 juni 1967 1967
311 307 316.011 317.011 maart 1970 april 1970
308 308 316.008 317.008 maart 1970 mei 1971 Nog in dienst t/m 09-04-1970 als vervanger van ""posttrein"" 309 - sloop 05-1971
303 309 316.003 317.003 maart 1970 juni 1970 Nog in dienst t/m 05-1970 als posttrein
313 310 316.013 317.001 maart 1970 april 1970



Kleurstelling

Bij aflevering waren deze treinen donkergroen uitgevoerd met grijskleurig dak en schortplaten. Langs de zijkanten twee rode biezen, die op de koppen verbreed waren. Bij revisies in de tweede helft van de jaren vijftig werd in plaats van donkergroen de nieuwe kleur lichtgroen. Vanaf 1960 verschene ook de gele biezen. Blauwe reclamebanen en vignetten hebben zij niet gekend
In 1956 werd ten gevolge van de klassenverandering de benaming gewijzigd tot ABk en BDk. De klassenborden op de zijkanten werden dienovereenkomstig aangepast.

De uitvoering ten tijde van aflevering in 1943. De rijtuigbak is uitgevoerd met 4 rolluiken.
Klik op de knop voor latere jaren.


Werkterrein

De bedoeling was om deze tweewagenstellen te gebruiken als versterkingsstellen voor de vijfwagenserie 800. Ten behoeve van de motorenregeling waren deze stellen uitgerust met een afwijkende tractie-installatie van Smit, welke regelmatig voor problemen zorgde. De tweewagenstellen hadden hun basis in Leidschendam en derhalve bleef hun inzet in hoofdzaak beperkt tot de Hofpleinlijn. In de loop van de tijd werden hieraan meerdere modificaties gepleegd, waardoor de tractieregeling betrouwbaarder werd met als gevolg dat de tweewagenstellen ook in de rest van het land hun kunsten konden tonen.



Treinsamenstellingen

Hofpleinlijn jaren vijftig

mat '40   ElD2

Hofpleinlijn jaren zestig

mat '40   ElD2 mat '40   ElD2

De  treinsamenstellingen   van het elektrische stroomlijn materieel '40 vindt u hier.




Bij aflevering waren deze tweewagenstellen nog voorzien van een enorme bagageruimte met aan elke zijde twee rolluiken. Op het achterste rolluik van deze ElD2 301 prijkt de tekst: Nederland.
Amsterdam, juni 1951. (foto Stigter, collectie Gerard van de Weerd)

ElD2 307 aan de kant gezet in Leidschendam
medio 1969. (fotograaf onbekend, collectie Gerard van de Weerd)

Maatvoering

CDk


elek. motorrijtuig mat.'40
baklengte 24840 mm
bakcodenummer: 316



BCk


elek. motorrijtuig mat.'35
baklengte 24840 mm
bakcodenummer: 317



Plaatsing opschriften:

1 = BCk 301 8 = CDk 301
2 = KTL 7 = KTL
3 = Gewicht ... ton 6 = Gewicht ... ton
4 = 317.001
      GES.HLM. ......
      REV.HLM. ......
5 = 316.001
      GES.HLM. ......
      REV.HLM. ......




   Rijtuigcodering:
El
elektrisch
A
eerste klasse
B
tweede klasse
C
derde klasse
D
bagage afdeling
k
koprijtuig
BCk
koprijtuig met 2e en 3e klasse



Legenda:
Per 6 mei 2004 tabel-vernummeringen uitgebreid met gegevens van Hans de Vlaming.

mat ’35-2  <->  mat ’36-2  <->  mat ’36-4  <->  mat ’40-2  <->  mat ’40-5  <->  mat ’46-2  <->  mat ’46-4  <->  mat ’54-2  <->  mat ’54-4  <->  mat ’56-2  <->  Pec