-> U bent hier:   Stroomlijn  - -  elektrisch  - -  mat ’54-2

Het elektrische stroomlijnmaterieel

materieel '54 - 2


Last edited Juni 22, 2016 door Gerard van de Weerd


Tweerijtuigstellen mat'54

In 1954 bestelde de NS nieuw elektrisch materieel met een erg afwijkende kopvorm. Het waren forse treinstellen, die vanwege hun uiterlijk al gauw "hondekoppen" genoemd werden. De opvallende neus biedt de machinist bescherming bij eventuele aanrijdingen. De stoel van de machinist is hoger geplaatst in vergelijking met ouder materieel. De eerste bestelling betrof 31 vierwagenstellen en 14 tweewagenstellen, die men, naar het jaar van bestelling, materieel '54 ging noemen. De elektrische installatie kwam van Heemaf. Later volgde nog tweemaal een nabestelling van 16 tweetjes en respectievelijk 15 tweetjes. In 1962 gevolgd door nog eens 23 tweetjes. Mat.’54 was bedoeld ter vervanging van ouder materieel; de NS wenste met name het buffermaterieel mat.'24 (de Blokkendozen) buiten dienst te stellen. Alle tweewagenstellen werden gebouwd door Allan en Werkspoor en werden in dienst gesteld tussen 1956 - 1958 (321 - 365) en in 1962 (371-393).
De treinstellen waren voor die tijd zeer succesvol, doordat de rijtuigen geen gemeenschappelijke middendraaistellen met jacobsoplegging meer hadden. Bovendien hadden de treinen een hoog gewicht, wat resulteerde in een zeer rustige loop. Een nadeel was dat snel optrekken er niet inzat. De beide binnenste draaistelllen waren als loopdraaistel uitgevoerd, de aandrijving gebeurde vanuit de draaistellen bij de koppen.
De koellucht voor de tractiemotoren wordt aan de zijkant van de koppen ingelaten en vandaar door ventilatoren van de motoren aangezogen.

Materieel ’54 was nog ontworpen met een derde klas afdeling, maar werd (vanaf 1956) afgeleverd met eerste en tweede klas rijtuigen. Een ander verschil ten opzichte van het voorgaande
tweewagenstellen mat.'46 was de plaatsing van de stroomafnemers. Eén rijtuigbak kreeg twee en de andere bevatte helemaal geen stroomafnemers. De beide neuzen waren voorzien van laddertjes om de frontramen schoon te kunnen houden. Later werden de laddertjes afgenomen en in de trein bewaard.
Ook werd met mat.’54 de TL-buisverlichting geïntroduceerd, een voorziening die later ook in een deel van mat. ‘46 kwam te zitten. Aan het interieur was in eerste instantie nog niet veel gewijzigd. Wel was er bijzonder veel aandacht geschonken aan de werkomgeving van de machinist. Bij deze nieuwe treinstellen kwam hij veel hoger te zitten, achter een ver naar voren uitstekende neus. Een aantal jaren zat hij nog steeds op het oncomfortabele rechte klapzitje, maar later kwam hiervoor de verende 'Bremshey' fauteuil in de plaats.
Dit materieel kon gecombineerd rijden met het oudere elektrische stroommaterieel vanaf mat.'36, maar mocht in zo’n combinatie niet sneller gaan dan 125 km/h, wat de maximum toegelaten snelheid was voor het oudere materieel.




Isolatie

De serie 321-365 is geïsoleerd met blauwe asbest, welke aan de binnenzijde tegen het plaatwerk is gespoten. In die periode zijn veel meer treinen van asbestisolatie voorzien. De serie 371-393 is met glaswol uitgerust en slechts op enkele plaatsen behandeld met asbest. Naderhand kwam men erachter dat asbest niet erg bevorderlijk voor de gezondheid kon zijn. Met deze kennis gewapend besloot de directie dat de stellen ElD2 321-365 stellen uiterlijk in 1993 buiten dienst moeten zijn gesteld. De "glaswolstellen" konden langer in dienst blijven.

Bk
bakcode:
326.001 t/m 326.045
baklengte: 22090 mm
ABDk
bakcode:
327.001 t/m 327.045
baklengte: 22090 mm

Laat de trein rijden !


serie ElD2 321 - 365
ontwerpsnelheid 140 km/h dienstsnelheid 140 km/h
lengte: 45.4 m gewicht: 110 ton
vermogen 4 x 198½ = 794 kW 10,4 kW/ton
zitplaatsen 2e klas: 24 zitplaatsen 3e klas: 96




Bk
bakcode:
342.001 t/m 342.023
baklengte: 22090 mm
ABDk
bakcode:
343.001 t/m 343.023
baklengte: 22090 mm

Laat de trein rijden !


serie ElD2 371 - 393
ontwerpsnelheid 140 km/h dienstsnelheid 140 km/h
lengte: 45.4 m gewicht: 104 ton
vermogen 4 x 198½ = 794 kW 10,4 kW/ton
zitplaatsen 2e klas: 24 zitplaatsen 3e klas: 96



De mat. '54 tweetjes vielen onder de volgende plancodes:


Plan F : 321 - 334 Allan
Plan G : 335 - 350 Allan
Plan M : 351 - 365 Allan
Plan Q : 371 - 393 Werkspoor

De treinstellen waren allemaal, ondanks indeling in verschillende bouwplannen, gelijk uitgevoerd.
Plan Q was voorzien van anti-tochtschuifraampjes in plaats van de voormalige draairamen. De bovenhoeken van de ramen hebben een kleinere bovenronding waardoor het raammodel anders oogt. Verder ontbreken de kappen om de stroomafnemerstoelen, de dakplaten zijn van dunner plaatwerk en voorzien van overlangse rillen voor de stijfheid.




Rijtuigindeling

Bk In de Bk bak is een grote tweedeklas afdeling te vinden en twee compartimenten van elk 8 zitplaatsen. In deze bak heeft de conducteur zijn eigen (kleine) werkruimte.
ABDk In de ABDk-bak bevindt zich een bagageruimte (ongeveer 4,5 meter lang), twee kleine afdelingen eerste klas (elk 12 zitplaatsen) en een afdeling tweede klas. Er is een toiletruimte aanwezig en daar tegenover is een schakelkast voor de hoogspanningsapparatuur geplaatst. Vanwege deze schakelkast is hier een smal raampje minder.



Koersborden

Aan de zijkant van de trein hangt meestal een koersbord, waarop de reizigers de bestemming van de trein kunnen aflezen. Op de eindstations werden deze koersborden eraf gehaald en vervangen door borden met de nieuwe reisbestemming. Tot halverwege de jaren zestig waren dit witte koersborden met zwarte letters. Daarna wijzigde men het uiterlijk van deze koersborden, ze kregen nu een zwarte achtergrond met gele letters. Deze kleurstelling heeft maar kort geduurd. Vanaf 1969 werden de koersborden blauw met gele letters. Ook werd toen een ander type koersbord in gebruik genoemen van een gewijzigd model. Op het bord met dezelfde afmetingen is een bakje bevestigd waarin zich 19 losse bordjes (met in totaal 38 bestemmingen) bevinden. Deze kunnen worden uitgenomen en opgehangen aan twee haken aan de bovenzijde van het bord. Bij het aangeven van een nieuwe bestemming hoeft men nu slechts de kleine bordjes te verwisselen. Het sjouwen met de grote koersborden is hiermee vervallen.




Frontseinen

In Nederland was het gebruikelijk het tweepuntssein te voeren, in 1963 kwam hier verandering in. Vanaf 18 maart van dat jaar werd het frontsein uitgebreid met een derde licht om een naderende trein beter te kunnen onderscheiden van naderend wegverkeer. In het begin werd het rechter sluitseinlicht ontstoken, zodat een L-sein werd gevormd. Een half jaar later wijzigde men dit naar het linkersluitseinlicht zodat nu een omgekeerd L-sein ging branden. Door middel van een kleurenwisselaar werd gezorgd dat het seinlicht geen rood maar een wit licht uitstraalde.
In de jaren '70 werd het derde frontsein op de neus aangebracht, waardoor het handmatig verdraaien van de seinglaasjes niet meer nodig was.

 
Klik op een van de keuzes:


Pantografen

De plan F treinstellen 321-334 bezaten dakveiligheden. De stellen 335-350 hadden snelschakelaars van Alsthom en 351-365 snelschakelaars van Smit. Alle vier de deelseries waren uitgerust met dezelfde typen pantografen. De beide pantografen op de ABDk-bak waren in elektrisch opzicht gelijkwaardig, in de praktijk werd de stroomafnemer boven de bagageruimte gebruikt.
Van januari tot mei 1958 proeven uitgevoerd met de 336 en 337, die voorzien zijn van een nieuw type stroomafnemer. Men hoopte met deze enkelvoudige stroomafnemer te bereiken dat de druk tegen de bovenleiding gelijkmatiger bij hoge snelheden is vanwege minder grote luchtweerstand. Na deze proef kregen de treinen weer de oude pantografen terug.
In 1989 moesten alle binnenste pantografen op, deze maatregel was alleen van kracht voor de materieel '54 treinstellen. De tweewagenstellen reden toen met de achterste pantografen op, die boven de tweedeklasse compartimenten. Dit besluit is op 1 december van datzelfde jaar weer ongedaan gemaakt vanwege problemen bij bovenleidingsloze bruggen en vonkvorming met als mogelijk gevolg brand in de bekleding van de vouwbalgen.




Wijzigingen

Het interieur was grotendeels identiek aan dat van mat.'46. Dit veranderde later bij een grote revisie. Het 1e klasse interieur werd in effen groene trijp uitgevoerd. De banken in de 2e klasse (voormalige 3e) bleven ongewijzigd in donkergroene leerdoek bekleding, ofschoon wel de wandbekleding werd veranderd. Voor de licht- en donkergrijze vlakken afgezet met teakhout kwam gemêleerd crêmekleurig plakdoek in de plaats; ook het houtwerk verdween.
De overgangen tussen de treinstellen werden gestroomlijnd door het toepassen van rubberen buisbalgen over de bestaande vouwbalgen heen. Deze rubberen bekleding scheurde erg snel uit. Na enkele jaren werd dan ook bij alle treinstellen deze bekleding weer verwijderd.
De elektromotoren waren van hetzelfde type als van mat.'46. De ontwerpsnelheid van de vierenvijftigers lag op 140 km/h. Zo hard mochten de oudere treinstellen (mat'40 en mat'46) niet rijden. Ze waren wel koppelbaar hiermee. Alleen bij dit soort gemengd bedrijf mocht de machinist niet doorschakelen naar de allerhoogste rijstanden! De treinstellen konden door elkaar gekoppeld worden tot een maximale eenheid van veertien bakken.

In de jaren '70 zijn de treinstellen voorzien van een omroepinstallatie en zijn centraal sluitbare deuren aangebracht. Op het dak werd hiervoor extra bekabeling aangebracht. Ook monteerde men een vast frontsein op de neus. Vanaf 1973 werden bij de hondekoppen de ladders in de bagageruimte geplaatst, maar enkele treinstellen reden nog tot 1980 wel met de (geelgeschilderde) ladders op de neus rond.
De tweewagenstellen uit de serie 384 - 393, die tussen 1979 en 1981 een grote revisie ondergingen, werden voorzien van grote schuiframen, type Sprinter.



Het bovenste treinstel toont het dak met alle hoogspanningsleidingen ten tijde van aflevering.
De pantografen staan elektrisch met elkaar in verbinding, terwijl elke pantograaf gekoppeld is aan een smoorspoel en een overspanningsafleider.



Het onderste treinstel geeft de situatie na de revisie weer omstreeks de jaren '70.
Er zijn twee extra pijpen gemonteerd met de leidingen voor de centraal sluitbare deurbediening en de omroepinstallatie.
Ook zijn er antennes bijgeplaatst voor de treintelefoon.


Kleuruitvoering

Bij aanvang waren de treinen in een 'diepgroene' kleur uitgevoerd met een grijs dak en schortplaten. Deze kleur groen was een stuk lichter dan het 'standgroen', welke de voorgaande stroomlijnstellen hadden. Langs de zijkanten net boven de schortplaten liepen twee rode biezen, die op de koppen verbreed waren. Ook de tyfoonroosters (met daarin het treinstelnummer) waren rood, wat de stellen ook wel de bijnaam "Bloedneus" opleverde. In de beginperiode waren er 's winters problemen met de typhoons, vooral bij sneeuwval. De typhoons werden aangepast en alvast geel geschilderd, vooruitlopend op de nieuwe kleurstelling.
Enkele treinstellen van plan M werden op de neuzen voorzien van een sierlijke V in crêmegeel. De nieuwe kleurstelling vanaf de jaren '60 was hetzelfde groen, maar nu met een gele wing en smalle gele biezen over de gehele lengte van de trein. De stellen van plan Q werden gelijk al in dit frisse uiterlijk afgeleverd.

Op 4 juli 1968 kreeg treinstel 359 als eerste de nieuwe NS gele huisstijl met blauwe banen, oorspronkelijk nog met een grijze wing aan de neuzen. Het had toen nog geen derde fronstsein.
Bij andere stellen werd nadien alleen nog een grijze band rond de koplampen geschilderd. De treinen kregen bovendien blauwe diagonale banden als ondergrond voor reclame.
In januari 1969 leverde Werkspoor het verbouwde stel 372 af, het eerste verbouwde tweewagentreinstel van de hondekopserie, die met het oog op de dienst in de exprestreinen 1970 enige wijzigingen moeten ondergaan. De 372 is voorzien van een minikeuken, centrale deursluiting, omroepinstallatie en typhoonverwarming, de richtingsfilms aan de zijkant moeten nog worden aangebracht. De centrale deursluiting wordt op overeenkomstige wijze als bij plan T en V bediend. Voor vertrek draait de hoofdconducteur met een speciale sleutel een contact om boven een van de balkondeuren, waarna de deuren zich sluiten, behalve de deur waar de hc zich bevindt. Op dat moment gaat bij de machinist een gele lamp branden. Bij het uitnemen van de sleutel door de HC dooft deze gele lamp, hetgeen als vertreksein geldt. De deuren worden alleen maar gesloten, zij blijven tijdens de rit niet vergrendeld. De tweerijtuigstellen werden verbouwd door Werkspoor Utrecht. Van de minikeuken werd naderhand nooit gebruik gemaakt en verdween later bij de volgende revisies.



De uitvoering ten tijde van aflevering in 1956.

Klik op de pijltjesknop voor latere jaren.



Kleuruitvoeringen van materieel '54

Aan de tweewagenstellen is in de loop der tijden heel wat veranderd. De kleuren varieerden van groen met rode of gele biezen tot aan speciale Kunsttrein-beschilderingen. Alle kleurvarianten doorgeven is dan ook ondoenlijk.

Een kleine greep van al deze kleuruitvoeringen is onder deze link te vinden.





Huisstijl

Op 5 juli 1968 werd het eerste tweewagenstel, de ElD2 359 na grote revisie door Haarlem afgeleverd. De schilders hadden weliswaar goed hun best gedaan, maar begingen een vergissinkje door de reclamebanen aan een zijde de verkeerde kant op te laten lopen. In oktober van datzelfde jaar werd dit foutje gecorrigeerd. Het stel was bovendien voorzien van de hondekopsnor in het grijs.
Het tweede stel dat gehuisstijld werd was de 358. Deze trein was niet meer voorzien van een grijze wing, maar kreeg een grijze balk tussen beide koplampen, waarmee alle andere hondekoppen getooid waren.
Zowel de 358 als de 359 waren verder nog voorzien van niet onderbroken eerste klassestrepen. In 1980 en 1981 werd dit bij een revisie vervangen door stippellijnen.
In de beginperiode werd elk treinstel dat voor een revisie in aanmerking kwam gehuisstijld. Na enkele jaren werd de NS in financieel opzicht wat voorzichtiger, treinstellen waarvan de groene verf nog goed was, werden dan wel gereviseerd, maar niet gelijk helemaal overgeschilderd. En dat is de reden dat tot 1979 nog enkele groene hondekoptweetjes aan te treffen waren.
Bij revisies werden de treinen ook helemaal glad geplamuurd, een beetje treinstel was goed voor zo'n 150 kg plamuur. Bij de revisies van de 339 en 340 werd het plamuren geminimaliseerd. Alleen de poriën en lasnaden worden nog geplamuurd en daarna volgde een dikke laag polyurethaanverf.
Ook werd er geëxperimenteerd met kunststofpanelen op de buitenhuid (Memostel), waarbij men een grote besparing op het onderhoud verwachtte. Echter dit is toch niet geworden wat men er van voorgesteld had.
De ABDk 380 was het laatste groene treinstel. Door dit tweetje aan de dienst te onttrekken, kon een coach-viertje in dienst blijven. De Bk 380 werd aangepast voor rijden in het vierwagenstel Bk 1787. In maart 1981 werd de ABDk 380 door vandalen in brand gestoken en kon alsnog in groene kleurstelling naar de sloper.
De vergeling eindigde in 1980. Toen werd de groene 351 binnengehaald voor een uitgebreide revisie.
Een soortgelijk verhaal over bakwisselingen geldt voor treinstel 391. De Bk 391 brandde uit op 30 maart 1974. Zijn plaats werd ingenomen door Bk732. De andere drie bakken van dit treinstel waren door brand verwoest. De pantografen werden van het dak verwijderd om het aan te passen aan de tweerijtuigdienst. Dit stel is het enige hondekoptweetje met zowel draairamen als schuiframen.



1956 1960 1965 1970 1975 1980 1985 1990 1995


Klasseborden van 1956 tot 1963

Plakplastic bord vanaf 1963

De geel gekleurde streep boven de eerste klas compartimenten verscheen vanaf 1957.




Treinsamenstellingen

Materieel ’54 was bedoeld voor het lange afstandsverkeer. Maar ook door de uitbreiding van het elektrische net bestond er behoefte aan meer elektrisch stroomlijnmaterieel.
In die tijd werden meerdere spoorlijnen voor de elektrische treindienst geschikt gemaakt: waaronder Eindhoven – Venlo; Roosendaal – Vlissingen; Roosendaal – Breda; Tilburg – ’s Hertogenbosch – Nijmegen en Alkmaar – Den Helder.
De tweewagenstellen werden bij uitstek gebruikt voor de stoptreindienst, maar ook als versterkingsstellen in de sneltreindiensten te vinden zoals Amsterdam-Vlissingen, Amsterdam-Groningen, Amsterdam-Leeuwarden, Den Haag C.S. -Venlo, en vele anderen lijnen. Vooral over de Veluwe stoven regelmatig treinlengtes van veertien bakken hondekopmaterieel langs. Op de Oude Lijn kwamen treinlengtes tot twaalf bakken voor.
In de laatste jaren van de hondekoppen waren ze vooral aan te treffen op de IJssellijn, die als bijnaam "schrootlijn" kreeg, omdat in die tijd voornamelijk oud materieel dienst deed. Vanaf 1989 werden deze treinstellen buiten dienst gesteld, hetgeen over enkele jaren werd uitgespreid. De laatste passagiersrit vond begin 1996 plaats. Alle buitendienst gestelde hondekoppen werden in Zwolle verzameld om daarna bij Hollandia in Amsterdam gesloopt te worden.



stoptreindienst

mat '54 ElD2
sneltreindienst
mat '54 ElD4

Meer treinsamenstellingen van het elektrische stroomlijn materieel '54 vind u hier.


De laatste rit met reizigers werd op 12 januari 1996 gemaakt van Groningen naar Utrecht met de treinstellen 770, 774 en 384. Dit was ingezet als spitstrein op de vrijdagavond en stond als zodanig niet vermeld in het spoorboekje.




Bijzonderheden

Tussen 2 en 14 december 1975 waren de treinstellen 378 en 328 als stoptrein Assen-Groningen betrokken bij een treinkaping bij Wijster. De kaping door zeven Zuidmolukse terroristen duurde 12 dagen en drie passagiers werden daarbij gedood.

Op 23 november 1993 maakte het laatste door firma Conrail in Roosendaal opgeknapte treinstel mat'54, de 388 een feestelijke afleveringsrit naar Breda. Het overgeschilderde stel is voorzien van dezelfde grijze wings als de 359 dat had in 1968.
Ook de 321 werd voor NVBS-ritten in de groene kleur met gele wings geschilderd, alleen het derde frontsein op de neus moest wel blijven zitten.

Treinstel 363 werd in het voorjaar van 1993 ter promotie van de KunstRai half blauw en half geel geschilderd en reed in deze uitvoering als "Kunsttrein" door Nederland.

Treinstel 374 werd als reclametrein voor het blad Railhobby in 1995 speciaal beschilderd.

Treinstel 375 werd in 1995 verkocht aan het Verkeerspark in Assen.

Treinstel 381 werd door de werkgroep 1501 in het kader van een afscheidsrit weer zoveel mogelijk in oude toestand teruggebracht en hernummerd in 348.

Treinstel 386 is overgegaan naar het Spoorwegmuseum en weer teruggeschilderd naar de oorspronkelijke groene uitvoering met gele biezen.

De 388 werd in 1993 door de firma Conrail opgeleverd in de gele kleur met de grijze wing, dus in dezelfde kleurstelling als waarmee de reeds gesloopte 359 vroeger een jaar of acht mee had rondgereden.




Schaalmodellen in 1:87

In 1962 kwam Trix al met een tweewagenstel plan F uit, zowel in groene uitvoering als in het rood. Blijkbaar had men een elektrische dieselvariant in gedachten. De ene rijtuigbak was van pantografen voorzien, de andere niet. Helaas is de wandindeling van beide rijtuigbakken gelijk gehouden. Een extra tussenrijtuig was ook leverbaar.

Ook in modelspoortijdschriften zijn diverse artikelen verschenen over zelfbouw van hondekopmaterieel. Een van de allereersten die met een ombouwartikel hiervoor was het tijdschrift RailHobby al in het decembernummer van 1979 verscheen een uitgebreid artikel hoe een vierwagenstel van Lima omgebouwd kon worden tot een tweewagenstel plan F of G.

Een paar jaar later, omstreeks 1980, haakte de firma Mastica hierop in door complete zijwanden voor tweewagenstellen aan te bieden met naar keuze chromen ramen voor de groene of zwarte ramen voor de gele uitvoering hiervan. Op menig modelbaan vallen diverse zelf gebouwde modellen te bekijken.

Artitec wil in 2006 uitkomen met een "glaswol" tweewagentreinstel Plan Q in het groen. De modellen zijn gegoten uit giethars. Het handmonster ziet er fraai gedetailleerd uit. Nu ook Piko met deze trein uitkomt is de kans heel erg klein dat Artitec hun uitvoering nog in produktie zal brengen.

In 2006 kwam Piko met een fraai model van de tweedelige Hondekop plan F in het groen. De kwaliteit van Piko is prima en de prijsstelling is aantrekkelijk.
Inmiddels zijn de volgende modellen uitgebracht:
57520-1 NS mat 54 plan F nummer 343 tijdperk 3b groen met gele biezen
57520-2 NS mat 54 plan F nummer 329 tijdperk 3b groen met gele biezen
57521 NS mat 54 plan F nummer 324 tijdperk 3a groen met rode biezen
57522 NS mat 54 plan F nummer 359 tijdperk 3/4 geel met reclamebanen en grijze snor
57523 NS mat 54 plan F nummer 351 tijdperk 4/5 geel met reclamebanen, A-sein en grijze balk
57524 NS mat 54 plan F nummer 348 tijdperk 4 groen met gele biezen, A-sein, reclamebanen

En sinds 2012 levert Piko de Hondekop ook al in schaal N, gelijk in meerdere kleurvarianten!

MK Modelbouwstudio's is ook geïnteresseerd in de tweewagenstellen, zij het niet in het uitbrengen van een compleet treinstel, maar wel om aanpassingen te leveren om bijvoorbeeld de Pikoset om te bouwen. Op dit moment is nog niet bekend in hoeverre dit gerealiseerd zal gaan worden.

De firma THS/Strijkers brengt ook een tweewagenstel-hondekop in schaal N uit en wel in verschillende kleurstellingen, namelijk:
- in de oorspronkelijke donkergroene uitvoering met rode biezen en "bloedneus"
- in de grasgroene uitvoering met zandgele biezen en snor
- in de grasgroene uitvoering met zandgele biezen, snor en blauwe reclamebanen
- in de gele uitvoering met blauwe reclamebanen.
Een kant en klaar model kost €399,-.
Een bouwset van het Hondekop tweewagenstel met motor gaat €299,- kosten en de bouwset als dummy komt op €199,-.
Verdere plannen zijn om in 2006 de vierdelige Hondekoptrein (in meerdere uitvoeringen) en het Benelux Hondekopstel te gaan produceren.

Erwin Frick (Gebruiker FRIE op Beneluxspoor.net) heeft een schitterend model uitgebracht van een Hondekop-twee glaswolstel, geheel uitgevoerd in messing.
Voor meer gegevens neem contact met hem op via Beneluxspoor.net



Een groene hondekop onder de fraaie kap van Amsterdam CS.
Amsterdam, 1973. (© 2009 Arthur Staal)



Twee groene hondekopneuzen, het linkse stel nog zonder de derde koplamp, het rechtse stel is daar inmiddels al wel van voorzien.
Amsterdam, 1973. (© 2009 Arthur Staal)



De gele 359 was het enigste gele stel met een grijze wing. De trein heeft nog doorlopende blauwe eerste klassestrepen. De andere trein heeft de standaard grijze balk tussen beide koplampen. Later is de handrail op de neus doorgetrokken tot voor het middelste frontraam. Bij het linkse treinstel is dit nog niet gebeurd. De post wordt ook meteen meegenomen.
Rotterdam CS, 1972. (© 2009 Arthur Staal)



In deze 'groene' periode was nog volop mat' 46 en mat' 54 het bekijken waard. De gele mat '64-ers nemen inmiddels al een flink deel van het reizigersvervoer voor hun rekening.
Amersfoort, 1975. (© 2009 Arthur Staal)



Vandaag was de zogenaamde Classical Tour 2400 afscheidsdag. Op deze mooie 21e september werd een fraaie rondrit gemaakt met 2400 diesellocs in meerdere kleuren. De vele Hondekoppen links in het beeld hadden het voor het nakijken!
Utrecht CS, 21 september 1991. (© 2009 Gerard van de Weerd)



Treinstel 363 werd in het voorjaar van 1993 ter promotie van de KunstRai half blauw en half geel geschilderd en reed in deze uitvoering als "Kunsttrein" door heel Nederland. Op deze zonnige dag in augustus kon men ook het fraai bewerkte interieur bekijken.
augustus 1993 (© 2009 Arthur Staal)



Het tijdschrift Railhobby heeft treinstel ElD2 374 een eigentijdse beschildering gegeven. Op zondag 14 oktober maakte dit stel een rondrit door Nederland en werd massaal bekeken door zeer vele modelbouwers langs de lijn. Duidelijk is te zien dat de beide neuspartijen verschillend "gehuisstijld" zijn.
Het onderste plaatje werd gemaakt bij de ingraving bij Oosterbeek tijdens een "remingreep."
14 oktober 1995 (© 2009 Gerard van de Weerd)



Hier is goed te zien hoe de dakleidingen lopen bij deze ElD2 uit de eerste bouwserie.
Foto genomen vanaf de voetgangersbrug bij Zwolle.
Zwolle, maart 1984
(© 2009 Gerard van de Weerd)




Maatvoering plan F - G - M en plan Q

Bk


plan F-G-M
elek. motorrijtuig mat.'54
baklengte 25022 mm
bakcodenummer: 326




ABDk

Indeling andere wand

plan F-G-M
elek. motorrijtuig mat.'54
baklengte 25022 mm
bakcodenummer: 327



Bk


plan Q
elek. motorrijtuig mat.'54
baklengte 25022 mm
bakcodenummer: 342




ABDk

Indeling andere wand

plan Q
elek. motorrijtuig mat.'54
baklengte 25022 mm
bakcodenummer: 343



Plaatsing opschriften:


1 = Bk 321 8 = ABDk 321
2 = WTL 7 = Gewicht ... ton
3 = Gewicht ... ton 6 = WTL
4 = 326.001
GES.HLM. ......
REV.HLM. ......
5 = 327.001
GES.HLM. ......
REV.HLM. ......



Nummering

mat '54 ElD2 321 - 365 en ElD2 371-393
trn in deel bakcode wisseling Huisstijl- uit
stel dienst serie Bk ABDk Bk ABDk geel per dienst sloop bijzonderheden
321 nov 1956 plan F 326.001 327.001 321 321 28-11-1968 22-9-1993 okt 1994 In september 1993 door NVBS groen geschilderd t.b.v. afscheidsritten
322 nov 1956 plan F 326.002 327.002 322 322 13-01-1971 01-8-1988 feb 1993 Bots-/brandschade overwegbotsing Udenhout, 10-08-1988 - Bk 322: 27-08-1991 naar Zoetermeer als filmzaal Floriade 1992 - sloop 02-93
323 nov1956 plan F 326.003 327.003 323 323 05-11-1970 ABDk 323 uitgebrand Wph Hlm, 03-02-1986 - Bk 323 naar 358
sloop 326.038 327.003 358 323 03-02-1986 dec 1986 In deze samenstelling gesloopt
324 nov 1956 plan F 326.004 327.004 324 324 02-12-1969 23-05-1993 nov 1993 Wegens botsschade opnieuw gehuisstijld, 16-01-1981
325 nov 1956 plan F 326.005 327.005 325 325 21-12-1973 03-09-1993 sep 1993
326 dec 1956 plan F 326.006 327.006 326 326 27-09-1974 23-05-1993 dec 1993
327 dec 1956 plan F 326.007 327.007 327 327 16-04-1975 29-08-1993 jun 1994
328 jan 1957 plan F 326.008 327.008 328 328 24-06-1971 23-05-1993 nov 1993
329 jan 1957 plan F 326.009 327.009 329 329 08-03-1976 29-08-1993 jul 1994
330 jan 1957 plan F 326.010 327.010 330 330 08-12-1972 29-08-1993 mei 1994
331 feb 1957 plan F 326.011 327.011 331 331 09-07-1976 29-8-1993 jul 1994
332 feb 1957 plan F 326.012 327.012 332 332 01-10-1976 10-05-1989 apr 1992 Plukstel na rangeerschade Onnen 10-05-1989, vanwege asbest gesloopt.
333 feb 1957 plan F 326.013 327.013 333 333 22-10-1971 29-08-1993 aug 1994
334 mrt 1957 plan F 326.014 327.014 334 334 01-04-1974 29-08-1993 jul 1994
335 apr 1957 plan G 326.015 327.015 335 335 01-03-1971 29-08-1993 mei 1994
336 apr 1957 plan G 326.016 327.016 336 336 15-01-1971 29-08-1993 apr 1994
337 apr 1957 plan G 326.017 327.017 337 337 16-04-1976 25-06-1993 aug 1993 Botsschade Utrecht, 23-06-1993
338 mei 1957 plan G 326.018 327.018 338 338 28-05-1976 29-08-1993 sep 1994
339 mei 1957 plan G 326.019 327.019 339 339 14-12-1976 29-08-1993 jul 1994
340 jul 1957 plan G 326.020 327.020 340 340 23-11-1976 29-08-1993 aug 1994
341 jul 1957 plan G 326.021 327.021 341 341 17-02-1977 29-08-1993 jul 1994
342 jul 1957 plan G 326.022 327.022 342 342 30-08-1978 23-05-1993 aug 1993
343 jul 1957 plan G 326.023 327.023 343 343 06-04-1977 29-08-1993 jun 1994
344 jul 1957 plan G 326.024 327.024 344 344 28-01-1977 29-08-1993 nov 1994
345 aug 1957 plan G 326.025 327.025 345 345 15-02-1980 29-08-1993 mei 1994
346 sep 1957 plan G 326.026 327.026 346 346 23-08-1979 23-05-1993 dec 1993
347 sep 1957 plan G 326.027 327.027 347 347 28-05-1973 29-08-1993 aug 1994
348 okt 1957 plan G 326.028 327.028 348 348 06-03-1980 29-08-1993 jun 1994
349 okt 1957 plan G 326.029 327.029 349 349 30-05-1973 31-05-1989 1988-1990 ABDk uitgebrand Wph Hlm, 22-04-1987,sloop 07-1988, Bk sloop 01-1990
350 nov 1957 plan G 326.030 327.030 350 350 15-04-1980 29-08-1993 jul 1994
351 apr 1958 plan M 326.031 327.031 351 351 22-05-1980 29-08-1993 mei 1994
352 apr 1958 plan M 326.032 327.032 352 352 09-04-1969 29-08-1993 nov 1994
353 mei 1958 plan M 326.033 327.033 353 353 27-9-1973 29-08-1993 mei 1994
354 mei 1958 plan M 326.034 327.034 354 354 26-10-1973 29-08-1993 mei 1994
355 mei 1958 plan M 326.035 327.035 355 355 31-10-1973 29-08-1993 jun 1994
356 jun 1958 plan M 326.036 327.036 356 356 14-03-1973 29-08-1993 mei 1994
357 jun 1958 plan M 326.037 327.037 357 357 21-5-1969 29-8-1993 sep 1994
358 jun 1958 plan M 326.038 327.038 358 358 31-7-1968 BK brandschade Den Haag CS 15-05-1986, Bk afgevoerd juni 1986.
okt 1986 326.003 327.038 323 358 31-7-1968 29-8-1993 apr 1994 Treinstel 358 bestaat sinds die tijd uit ABDk358 en Bk323.
359 aug 1958 plan M 326.039 327.039 359 359 04-07-1968 01-11-1993 okt 1994
360 aug 1958 plan M 326.040 327.040 360 360 18-01-1971 15-10-1992 jun 1993
361 sep 1958 plan M 326.041 327.041 361 361 07-12-1973 01-11-1993 feb 1994
362 sep 1958 plan M 326.042 327.042 362 362 17-08-1973 03-09-1993 mrt 1994
363 okt 1958 plan M 326.043 327.043 363 363 21-04-1969 21-03-1993 sep 1993 voorzien van proefsnor, 05-1993 Kunsttrein half blauw/half geel
364 okt 1958 plan M 326.044 327.044 364 364 18-06-1969 01-11-1993 dec 1994
365 okt 1958 plan M 326.045 327.045 365 365 19-07-1973 01-11-1993 apr 1994
371 mrt 1962 plan Q 342.001 343.001 371 371 31-07-1969 15-01-1995 dec 1996
372 mrt 1962 plan Q 342.002 343.002 372 372 12-01-1970 15-01-1995 okt 1996
373 mrt 1962 plan Q 342.003 343.003 373 373 16-01-1970 15-01-1995 okt 1996
374 mrt 1962 plan Q 342.004 343.004 374 374 27-02-1970 19-06-1995 jun 1996 10-1995 t/m 12-1995 als 1374 in speciale beschidering voor rondritten (Railhobby). Bk zou ontvangstruimte Railpro Crailoo worden, is niet doorgegaan, sloop Bk sep 1996
375 apr 1962 plan Q 342.005 343.005 375 375 29-05-1970 15-01-1995 Sinds 20 feb. 1995 als statisch object in verkeerspark Assen.
376 apr 1962 plan Q 342.006 343.006 376 376 07-08-1970 28-05-1995 jan 1997 10-1995 naar NS Beveiliging als oefenobject
377 mei 1962 plan Q 342.007 343.007 377 377 05-03-1970 15-01-1995 jun 1996
378 mei 1962 plan Q 342.008 343.008 378 378 13-04-1970 28-05-1995 nov 1996
379 jul 1962 plan Q 342.009 343.009 379 379 06-05-1970 19-06-1995 aug 1996
380 jul 1962 plan Q 342.010 343.010 380 380 - - 01-11-1976 nov 1981 Bk 380 naar ElD4 787
ABk bewaard als plukrijtuig Hlm, 1981 aldaar uitgebrand, sloop
381 jul 1962 plan Q 342.011 343.011 381 381 13-09-1971 28-05-1995 okt 1997 06-1995 groen geschilderd als nr. 348 t.b.v. excursie Werkgroep 1501
daarna sleepstel voor slooptransporten
382 aug 1962 plan Q 342.012 343.012 382 382 18-07-1972 19-06-1995 okt 1996
383 aug 1962 plan Q 342.013 343.013 383 383 05-03-1979 28-05-1995 dec 1996
384 aug 1962 plan Q 342.014 343.014 384 384 18-05-1979 15-01-1996 aug 1996
385 sep 1962 plan Q 342.015 343.015 385 385 15-02-1972 29-09-1993 apr 1995 Botsschade Arnhem, 02-06-1995
386 sep 1962 plan Q 342.016 343.016 386 386 17-05-1977 15-01-1996 De ElD2 386 is bewaard en staat in het Spoorwegmuseum
387 okt 1962 plan Q 342.017 343.017 387 387 23-12-1977 19-6-1995 nov 1996
388 okt 1962 plan Q 342.018 343.018 388 388 19-4-1979 15-1-1996 sep 1996
389 okt 1962 plan Q 342.019 343.019 389 389 28-09-1979 15-01-1996 jun 1996
390 okt 1962 plan Q 342.020 343.020 390 390 19-01-1979 19-06-1995 mei 1996
391 nov 1962 plan Q 342.021 343.021 391 391 25-07-1972 Brandstichting Bk Wierden, 29-03-1974, Bk sloop 1974.
okt 1974 328.022 343.021 732 391 Treinstel 391 weer in dienst met Bk732.
sloop 328.022 343.021 732 391 01-02-1992 jun 1992 Bk sloop in 1992, ABDk 391 als BDk naar ElD4 1768
392 nov 1962 plan Q 342.022 343.022 392 392 12-01-1978 15-01-1996 mei 1997
393 nov 1962 plan Q 342.023 343.023 393 393 29-12-1978 28-05-1995 okt 1996

Legenda: Dankzij het speurwerk van Hans de Vlaming kon de tabel per 29 april 2006 met extra vernummeringen uitgebreid worden.




Rijtuigcodering:
El
elektrisch
A
eerste klasse
B
tweede klasse
D
bagage afdeling
k
koprijtuig

ABDk
koprijtuig met bagageafdeling en 1e en 2e klasse

mat ’35-2  <->  mat ’36-2  <->  mat ’36-4  <->  mat ’40-2  <->  mat ’40-5  <->  mat ’46-2  <->  mat ’46-4  <->  mat ’54-2  <->  mat ’54-4  <->  mat ’56-2  <->  Pec